Na de koninginnenrit voelt honderd kilometer bijna compact, maar La Sambuy is geen hersteldag in vermomming. Vanuit Alex loopt de route zuidwaarts langs het Lac d’Annecy. Het ochtendlicht op het water en de vlakke kilometers geven ruimte aan gesprekken, herstelbenen en een eerste koffiegedachte.
Bij de zuidpunt van het meer draait de route de Bauges in. De Col de Tamié klimt door bos en langs open weiden naar de abdij. De percentages zijn vriendelijk genoeg om naast elkaar te rijden, zolang de vermoeidheid van gisteren zich gedeisd houdt. Het is een rustige, klassieke overgang tussen het meer en de ruigere bergwereld.
De weg naar La Sambuy maakt het verschil. De vallei wordt smaller en de klim trekt geleidelijk strakker aan. Hier is weinig verkeer en veel berg: rotswanden, bosranden en een weg die lijkt te eindigen tegen de helling. De laatste kilometers vragen opnieuw serieus werk, juist omdat de dag tot dan toe zo soepel heeft aangevoeld.
Na de afdaling zoekt de route opnieuw het meer op. Een laatste verhoging boven de oever levert panorama’s over Doussard en de Tournette. Dit is het moment om niet naar het gemiddelde te kijken, maar om de bochten, het licht en de lange lijn van de week op te slaan.
De terugkeer naar Alex is overzichtelijk en snel. La Sambuy is daarmee de perfecte vierde etappe: kort genoeg om herstel toe te laten, rijk genoeg om nooit als tussenrit te voelen. De benen krijgen lucht, de zintuigen krijgen een volle Alpendag.